Veelgestelde vragen

Drugs algemeen

Wat is het verschil tussen soft- en harddrugs?

Harddrugs zijn middelen waarvan de overheid vindt dat ze een onaanvaardbaar risico met zich meebrengen. Voorbeelden zijn heroïne, cocaïne, paddo's, amfetamine, LSD en XTC. Van softdrugs worden de risico's minder groot geacht. Voorbeelden van softdrugs zijn hasj, wiet, slaap- en kalmeringsmiddelen. Toch is het zo dat bij veel gebruik van softdrugs het effect nagenoeg hetzelfde is als bij harddrugs.

De grondslag voor het onderscheid tussen soft- en harddrugs ligt bij een in 1972 gepubliceerd rapport van een door de regering ingestelde commissie. Deze commissie, de Commissie Baan, beoordeelde drugs aan de hand van een gevarenschaal. Er werd o.a. gekeken naar lichamelijke gevolgen, naar de kans op lichamelijke en geestelijke afhankelijkheid en de kans op maatschappelijke problemen.

Op grond hiervan werden hasj en wiet in een aparte groep opgedeeld. Ze werden gezien als drugs met een geringer risico ofwel, de softdrugs. Alle overige drugs werden beschouwd als harddrugs.

In 1976 leidde het rapport van de commissie Baan tot een verandering van de Opiumwet. De wet kent nu twee lijsten waarop alle drugs vermeld staan. De harddrugs staan op lijst 1. Hierop staan drugs als heroïne, cocaïne, amfetamine en XTC. Hasj en wiet (en ook Qat) staan op lijst 2. De straffen die je kunt krijgen voor bezit, productie of handel in drugs zijn voor lijst 2 veel lichter dan voor lijst 1. In geval van lijst 2 kan onder bepaalde voorwaarden zelfs afgezien worden van vervolging. Daarom mogen coffeeshops hasj en wiet gewoon verkopen.

Terug